Zuid-Limburg.    Bright site of life.
Volg ons op:TwitterFacebookLinkedIn
Facts & Figures  |Organisatie & Donateurs  |Publicaties  |Limburgers  |Video  |Nieuwsbrief  |English

Camille Oostwegel in Zuid-Limburg

‘Aan marktonderzoek heb ik nooit gedaan’


Razendsnel maakt Camille Oostwegel in de jaren zeventig carrière in de Benelux bij de Franse hotelketen Novotel. Het volgende avontuur is Zuid-Amerika. In plaats van een hotel mag hij daar een heel continent organiseren voor de snel expanderende multinational. Hij weigert. Neemt met tien mille spaargeld een restaurant in Kerkrade over. Oostwegel wordt geen gewone horecabaas. Hij verandert bouwvallen in wereldzaken. Oostwegel noemt zichzelf een créateur. Bezoekers, van presidenten tot verliefde paartjes, geven jaarlijks tientallen miljoenen euro uit in zijn zes Zuid-Limburgse eet- en slaapkastelen.

Camille Oostwegel heeft de liefde voor het verfijnde eten met de paplepel binnengekregen. Door de week vulde zijn vader Jef kiezen als tandarts in Heerlen. In de weekenden bereidde hij als een echte chef-kok copieuze maaltijden. Camille en de andere kinderen dekten de lange tafel voor familie en vrienden. Oostwegel: ‘Eten en drinken was thuis heel belangrijk. Mijn vader kookte iedere zondag, hij was een heel goede amateurkok. Dat zondagse diner was het belangrijkste moment van de week. Mijn vader liet de levende oesters en kreeften uit Yerseke komen met de stoomtrein. Zo kreeg ik de liefde voor de gastronomie, voor het koken. En het bedienen.’ Ook zijn enorme restauratie- en bouwzucht en zijn handelsgeest zitten in de genen. Oostwegel: ‘Mijn overgrootvader was aannemer en restaureerde kerken en kastelen. Zijn vrouw had een bazaar in Heerlen en verkocht van alles en nog wat. Verkocht zelfs regenwater in flesjes.’ (Oostwegel lacht).

Museum thuis

Camille is als kind al een ondernemend en cultureel jochie. ‘Ik had in mijn jeugd een natuurhistorisch en archeologiemuseum. Ik zette zelf dode dieren op. Vlinders, vogels en zoogdieren. Fossielen had ik ook. Ik ruilde ook met andere mensen.
Het begon met een kast en het werd later een kamer in het huis. Ik gooide bij mensen in het dorp foldertjes in de bus en liet ze entree betalen. Blijkbaar zat er toen al iets commercieels in. Achteraf realiseer je je dat.’

André Rieu

Hij wordt samen met een klasgenoot van de middelbare school gestuurd. Ze kletsen te vaak met elkaar. Die ander is nog beroemder dan Oostwegel. ‘André Rieu en ik waren boezemvrienden, zaten naast elkaar. Waren tegendraads. Halverwege gymnasium vier moesten wij van school. We waren altijd met de toekomst bezig, ik wilde dierenarts worden. André had altijd zijn viool bij zich. Hij ging na school naar vioolles. Hij zei: let maar op, ik word later schatrijk met mijn viool. Ik heb hem nog gezegd dat je daar toch geen droog brood mee kunt verdienen. Maar hij heeft het toch gedaan!’ Beide jongens spelen veel met elkaar, ook zijn ze volgens Oostwegel op hetzelfde meisje verliefd. Maar, zij stelt meer interesse in een advocatenzoon – gebracht per Jaguar – van de advocatenfamilie Moszkowicz, zo herinnert Oostwegel zich.

Kakschool

‘Omdat ik het leuk vond om mijn vader in de keuken te helpen zat ik aan de hotelschool te denken. Mijn vader opperde dat ik misschien ook eens bij Nyenrode moest gaan kijken. Een neef van me was daar geweest, hij is later   directeur bij C&A geworden. Ik directeur bij C&A? Kleren verkopen? Nou ja, sorry. Dat zag ik helemaal niet zitten! Ik ben naar die voorlichtingsdag van Nyenrode gegaan, maar ik vond er helemaal niets aan. Een kakgedoe. Ik vond het kasteel mooi, maar dat was het dan ook. Uit de test die ik moest maken bleek ook dat ik niet geschikt was voor Nyenrode.’ Oostwegel kan het niet laten om nog een plaagstootje uit te delen aan de mensen die hem ooit afwezen voor Nyenrode. ‘Later hebben ze me wel eens gevraagd voor gastcolleges.’ Eind jaren zestig – de ‘alles moet anders’-protestbeweging Provo is op het hoogtepunt – stapt de jeugdige Camille de Maastrichtse hotelschool binnen. Oostwegel zit tussen louter jongens te studeren.

Geen meisjes? In 1969? Dolle Mina was al geweest.

‘Ik ben in 1972 afgestudeerd en in 1974 kwamen de meisjes.’

Wat een verschrikkelijke school moet dat geweest zijn.

‘Nee hoor, het was fantastisch. Er waren genoeg meisjes in Maastricht. (Lacht). De hotelschool was me op het lijf geschreven. Overdag theorie en praktijk. En ’s avonds naar kasteel Bethlehem, daar woonden we. In het weekend konden we daar ook gasten uitnodigen voor wie we kookten. Ik vond de studentenvereniging het belangrijkst. Je moest ook echt iets doen. Je moest samenwerken. Ik ben voorzitter van de culturele sectie geworden. Ik was verantwoordelijk voor feesten en partijen. Zorgen voor de orkesten, de aankleding. Ik heb ook echte cultuur gebracht. Schrijvers naar Maastricht gehaald, onder anderen Godfried Bomans. Wat ik daar geleerd heb, doe ik nog dagelijks. Communiceren, creëren, mensen enthousiasmeren en plannen initiëren.’

Mislukking

‘Mijn managementstage in de Utrechtse Jaarbeurs was een mislukking. Dat was niets voor mij. Ik zat op het bedrijfsbureau en moest van alles onderzoeken hoe het beter kon. Dat was me veel te bureaucratisch. Dat zagen ze ook wel. Ik ben nog naar de bedrijfsleider gegaan, maar die kon niet delegeren. Dus kon ik nog niets doen.  Toen heb ik me maar geconcentreerd op mijn afstudeerscriptie. Dat was toen iets nieuws: de marketingvisie op de horeca in Nederland. Daar was nog nooit iets over gepubliceerd.’

Hoe kwam u op dat onderwerp?

‘Ik wil altijd iets doen wat anderen niet doen. Had toen het idee dat public relations en marketing in de toekomst belangrijk zouden worden. In Amerika was daar wel iets over gepubliceerd. Toen heb ik daar een rapport over gemaakt. Omdat niemand op school er iets van af wist, had ik een goed cijfer.’

Het eigenzinnige en prestatiedrang zaten er toen al in.

‘Zeker! Ambitie was er.’

Waar komt dat vandaan? Vanuit het negatieve misschien, was u niet goed in voetballen?

‘Ik had twee oudere broers die groter waren en beter konden leren. Ik was de jongste, ik moest altijd overal achteraan. Mijn broers gingen naar de universiteit. Ik moest er letterlijk en figuurlijk tegen opboksen. Ik ben ook op judo gegaan, zodat ik beter kon vechten. Dat is een heel goede scholing geweest om te laten zien dat ik ook wat kan.’

Frankrijk

Voor de hotelschool slaagt hij met vlag en wimpel. ‘Toen dacht ik: wat nu? Ik ben klaar, ik heb mijn diploma. Ik wilde naar Frankrijk, vanwege de taal en cultuur. Maar er waren daar bijna alleen maar traditionele hoteliers. Die tweehonderd jaar oude klassieke zaken. In een familiehotel had ik geen zin. Daar leerde ik niets. Ook omdat ik mijn afstudeerscriptie over marketing had gedaan zocht ik naar iets nieuws.’

Kerk

Alhoewel zijn geboortedorp Houthem amper enkele honderden inwoners telt, komt Oostwegel in de kerk van Houthem iemand tegen die zijn leven een internationale wending geeft. Theo Coonen vertelt hem over de grote expansieplannen van het nog jonge Franse bedrijf Novotel. Coonen – internationaal opgeleid en zoon van een echtpaar dat bevriend is met de grootouders van Oostwegel – weet dat omdat hij zelf aandeelhouder is van het toen nog kleine bedrijf. Oostwegel: ‘Hij wist dat ik op de hotelschool had gestudeerd en vroeg me wat ik ging doen. Ik zei dat ik graag naar Frankrijk wilde. Dan weet ik iets, zei hij direct. Novotel wil Europa en de wereld veroveren met een nieuw concept. Hij zei: ik regel wel een afspraak.’

Luchtfoto’s

Ondanks die kruiwagen reist Oostwegel niet zomaar naar Frankrijk af. Hij gáát ergens voor. Verdiept zich in de strategie van Novotel en ziet ook dat het prille bedrijf nog geen Nederlands hotel heeft. Huurt nog als student een vliegtuigje voor 75 gulden, leent zijn vaders fototoestel en maakt luchtfoto’s van Maastricht. ‘Voor mijn sollicitatie had ik een studie gemaakt van de motels in Nederland. En ik heb bij mijn sollicitatie bij oprichter Paul Dubrule van Novotel gezegd dat het eerste Nederlandse Novotel in Maastricht moest komen. Ik heb hem de plek getoond op de luchtfoto’s. Dubrule vond dat een goed idee en zoiets werkt natuurlijk mee bij de sollicitatie.’

Iemand die zo jong zoiets doet, mag je die een strebertje noemen?

‘Noem het een natuurlijke ambitie.’

Die wel heel erg ver gaat, u was nauwelijks 22 jaar.

‘Het gaat nog verder, want ik wilde ook aandeelhouder worden.’ (Grijnst) Dat blijkt een brug te ver. Oostwegel wordt weliswaar aangenomen, maar begint onderaan. ‘Het stageprogramma duurde tweeënhalf jaar. Ik moest onderaan beginnen. Na tweeënhalf jaar kon ik adjunct-directeur worden van een hotel, daarna misschien ooit eens directeur. Via hotels in Frankrijk kwam ik in Brussel. Mijn vrienden zeiden dat ik gek was om helemaal onderaan te starten.
Wij noemden ons op de hotelschool de managers. Met van die Samsonite-koffertjes. Na het afstuderen zouden we bedrijfsleider worden of een eigen zaak starten. Een heel goede vriend van mij begon een Wimpie-hamburgerrestaurant in Maastricht, dat was toen een van de eerste franchiseformules in Nederland en de voorloper van McDonald’s.’

Wat is er nou zo leuk aan zo’n hotel als je 22 of 23 jaar bent? Je moet je dienstbaar opstellen, je moet al die mensen helpen. Je wilt op die leeftijd toch de wereld in en zelf dingen doen? Zeker in de jaren zeventig.

‘Het was heel zwaar om van die prachtige hotelschooltijd terug te moeten gaan naar de basis. Helpen in het restaurant. En zo’n restaurant van Novotel stelde toen helemaal niets voor. Dat was een eenvoudig grilrestaurant waar ik zeker mijn gastronomische ambities niet kwijt kon. Maar het moest. Daar moest je doorheen. En ze zaten daar helemaal niet op een stagiair te wachten. Ik kon dan wel met meneer Dubrule in Parijs hebben gesproken, maar dat interesseerde de maître d’hôtel niets. Een Hollander! Die gingen ze eens flink uitbuiten. Het was niet eenvoudig. Maar uiteindelijk heb ik alle afdelingen van dat hotel doorlopen.’

Lukte u dat omdat u uitzicht op iets beters had?

‘Dat, maar je leert ook de basis van een hotel kennen. Je weet precies waar je over praat. Ik heb de keuken gedaan, de bediening, de afwas, ik heb de kamers schoongemaakt. Ik heb de receptie gedaan, de nachtreceptie, de administratie.’

Als je dat allemaal doet, dan heb je toch duidelijk op je netvlies welke kant je op gaat?

‘Ja. Ik wilde directeur worden. En het liefst hun eerste directeur in Nederland. Ik wist dat ik het kon. Ik had ook die ambitie.’

Wat een energie, wat een fanatisme. Dat kan toch niet alleen vanwege die grotere broers komen?

‘Het zit ergens in de genen. Noem het passie.’ Zijn carrière binnen het Franse bedrijf begint weliswaar op de werkvloer, maar daarna gaat het pijlsnel omhoog. ‘Ik heb het voordeel gehad dat ik in de pioniersfase bij Novotel werkte. Ik was ook de jongste directeur, met 25 jaar. Als ik een zaak opende, kwam er meteen rendement. Ik had in Breda de grootste nettowinst van het hele concern, en dat in het eerste exploitatiejaar. 750.000 gulden in een jaar!’

Hoe ging die jonge directeur met zijn personeel om?

‘Heel goed. Ik heb nu nog contact met mensen uit mijn Novotel-tijd. Ik was ook goed voor het personeel, je moet het samen doen. Je moet het goede voorbeeld geven. Maar degene die het niet goed deed, werd ontslagen.’

Zuid-Amerika

Oostwegel is jong, maar roert zich als hij het ergens niet mee eens is. Ook als hij daarmee tegen het beleid van zijn Franse baas ingaat. ‘We kregen een meningsverschil over een te bouwen Novotel in Roosendaal. Ik was tegen. De locatie
was niet goed. Maar het moest en zou. Ik wilde er niet aan meewerken, want ik stond er niet achter. Toen zei Dubrule: we hebben iets anders voor je. Je kunt voor ons Zuid-Amerika gaan ontwikkelen. Dat leek me wel wat. Ben ook Spaans gaan leren. Bedacht me toen ineens: maar wat na Zuid-Amerika?’ Geen rare gedachte voor iemand – toen 28 jaar – die zijn carrière ver van te voren uitstippelt. ‘Dan kom je na Zuid-Amerika misschien op het hoofdkantoor in Parijs, maar dan kun je nog steeds niet doen wat je zelf wilt. Zuid-Amerika? Nee. Toch maar niet. Ook omdat ik me ooit op de hotelschool had voorgenomen om in Zuid-Limburg iets te gaan doen. Ik zag hier potentie. Plus dat mijn roots hier liggen.’ Overigens is er nooit een Novotel in Roosendaal gekomen. Wel is de door Oostwegel aangedragen oplossing uitgevoerd, Novotel Breda is uitgebreid.

Een nieuw begin

De beslissing om niet naar Zuid-Amerika te gaan, speelt in dezelfde periode als het plotselinge overlijden van zijn vader in 1978. Ook speelt de dood in 1979 van een ander, Robert baron de Selys de Fanson, eigenaar van St. Gerlach, een rol in zijn rigoureuze beslissing om een internationale carrière op te geven. In eerste instantie wil Oostwegel met Novotel het voormalige klooster en de aanpalende gebouwen van St. Gerlach gaan restaureren. Het idee van een ‘château-hotel’ komt ook uit de boezem van Novotel, dat iets soortgelijks heeft gedaan nabij Parijs.’

In welk opzicht speelt het overlijden van uw vader een rol bij de beslissing om in het geboortedorp een hotel te gaan starten?

‘Misschien word je door het overlijden van je vader nog wat zelfstandiger en durf je wat gemakkelijker beslissingen te nemen.’

Zuid-Amerika wordt Zuid-Limburg

En in plaats van St. Gerlach over te nemen en op te knappen – niet mogelijk vanwege gedoe met erfgenamen – richt hij zich op sterrenrestaurant Neercanne in Maastricht. Eigenaar Brand Bier – een eeuwenoud Limburgs familiebedrijf – zoekt een nieuwe leiding. Oostwegel: ‘Uiteindelijk belt Thijs Brand, directielid, terug. Ik ben het niet geworden. Omdat ik nog niet getrouwd was. Ze wilden een echtpaar. Ik was ook geen gastronoom of restaurateur, want ik kwam uit het hotelwezen. Ze wilden op zekerheid spelen. Een paar dagen later belt Thijs me op met een tip: Kasteel Erenstein in Kerkrade zou te huur zijn. Ik had er nog nooit van gehoord en was er nog nooit geweest. Die oude mijnstad, wat moest je daar nou? Wij waren veel meer georiënteerd op Luik. Daar was gastronomie!’

Liefde op het eerste gezicht

Oostwegel reist vanuit Novotel in Breda, waar hij nog steeds de scepter zwaait, naar de Oostelijke Mijnstreek. ‘Het was liefde op het eerste gezicht. Hoe is het mogelijk? Zo’n mooi kasteel in zo’n entourage! Hoe kan het dat het niet loopt? Dat kan toch niet! Toen we daar gingen eten was ik al bezig het te veranderen, dit moet weg, dat moet zo.’ Via exploitant Brand hoort hij dat de gemeente snel een andere, betere exploitant wil.

Met tien mille

‘In een kwartier was ik het eens met de wethouder. Maar ik moest de financiering nog regelen. Ik had niets. Bij Novotel verdiende je niet veel. Dubrule zei altijd: je kunt snel carrière maken, maar je moet de onderneming ook helpen opbouwen. Oftewel, we kunnen jullie dus niet veel betalen. Ik had 10.000 gulden gespaard. Omdat je altijd werkte, gaf je niets uit. Brand was bereid om me een garantie te geven, mits ik ook een bankfinanciering zou krijgen. Ik ben bij ABN Amro gaan praten. Ik heb daar enorm gebluft. Heb gezegd dat het een enorm succes gaat worden in de mijnstreek omdat daar verder niets was. De nieuwe industrie was aan het opkomen en die mensen konden nergens terecht om te eten. En Aken was heel welvarend. Ik kreeg tweeënhalve ton krediet op mijn blauwe ogen. Ook kon ik 50.000 gulden van mijn moeder lenen.’

U hebt meteen een architect ingeschakeld voor de verbouw. Waarom ging u niet met vrienden en kennissen de verbouw doen? U was tenslotte een startende ondernemer.

‘Ik wilde meteen topkwaliteit. Dan mag het wat kosten. Het moest ook uitstraling hebben. Anders zou het geen succes worden. Anders zou het net zo zijn als het bij de vorige exploitant was. Ik wilde iets nieuws laten zien. Met een architect werken was ik overigens ook bij Novotel gewend. Er zat vóór mij een jaaromzet op van drieënhalve ton in guldens. Toen ik het overnam, had ik al een ton in een maand.’

Inktvlek

Vanaf dat moment heeft hij de smaak te pakken en waarderen de gasten de keuzes van Oostwegel. Na het restaurant in Kasteel Erenstein opent hij al snel het nabij gelegen hotel. Zijn eerste miljoeneninvestering. Daarna volgen andere restaurants en hotels in Landgraaf en Neercanne in Maastricht. Oostwegel: ‘In die eerste vier jaar zijn alle investeringsbeslissingen genomen. Uit het niets eigenlijk. Aan marktonderzoek heb ik nooit gedaan.’ Hij volgde vooral zijn gevoel en luisterde goed naar zijn cliënten. ‘Ik kon mijn gasten iets nieuws bieden. Je had om de zoveel tijd een nieuw concept. En die concepten waren ook steeds vernieuwend. Wij waren de eerste grottenexploitant (Neercanne, gc) in Nederland waar je een feest kon houden.’ Ook koopt hij grote stukken aangrenzende terreinen bij de hotels en restaurants op en maakt er tuinen en natuurterrein van. Hij besteedt ook relatief veel geld aan de restauratie en aankleding van zijn horecazaken.

Ruïne

Terwijl hij zijn vier zaken in de jaren tachtig perfectioneert, spookt zijn eerste liefde, het vervallen landgoed St. Gerlach in zijn geboortedorp, nog steeds door zijn hoofd. ‘Het was een ruïne. Er zaten geen daken op. In 1988 is de strijd begonnen. Er zaten zeventien partijen aan tafel. Ik wist dat het ingewikkeld zou worden, maar had niet verwacht dat het zo lang zou duren, ik heb tien jaar juridische procedures moeten voeren.’ Met name een boer, de kerk en een projectontwikkelaar compliceerden het dossier. Vooral de projectontwikkelaar, wiens naam Oostwegel niet wil onthullen, nam het tegen de horecaman op.

Heeft u nog zin in zo’n restauratie als u zo moet vechten?

‘St. Gerlach was en is mijn droom. Want hier had ik als jongetje op de boerderij gewerkt. Hier zitten mijn roots. Die andere projecten – Erenstein, Brughof, Winselerhof en Neercanne – waren de oefeningen om dit te kunnen doen. En hier waren zo veel partijen op afgeknapt. Dit lukte niemand. Dit zou gesloopt worden! Maar dit mocht niet gesloopt worden! Dat kan toch niet. Bijna het belangrijkste monument van Zuid-Nederland! Wij (Oostwegel had nog een zakenpartner, gc ) wilden dat overwinnen, wij hadden er ook energie voor. Wij hebben ook het probleem met de boer opgelost. Voor hem hebben wij een nieuwe boerderij gekocht.’

Hoe heeft u dat volgehouden: meerdere restaurants en hotels runnen, en ook nog langdurige rechtszaken voeren?

‘Zoiets geeft mij energie. Het is wel de mooie kant van de horeca die ik doe. Het is de creatieve kant. Mooie producten, mooie wijnen, het gastheerschap, in een mooie sfeer.’ In goede en slechte tijden kan Oostwegel terugvallen op zijn
vrouw Judith, die ook in de zaak werkt, en zijn raad van commissarissen. ‘Beide steunen mij enorm.’

Uw zoon zit ook op de hotelschool in Maastricht. Komt hij straks in de zaak?

‘Wij denken van wel. Mijn vrouw en ik hebben altijd tegen de kinderen gezegd: je moet doen wat je zelf leuk vindt en waar je goed in bent. Mijn oudste zoon is altijd met me meegegaan. Die heeft de hele restauratie van St. Gerlach gevolgd. Tot zijn puberteit, toen was het afgelopen. Maar hij is daarna wel naar de hotelschool gegaan. En doet het daar heel goed. Hij laat zich ook niet op zijn naam voorstaan. Hij had een 9,5 op zijn eerste stage (in het Ritz-Carlton in Washington DC). Hij heeft er veel gevoel voor, hij is heel ondernemend.’

Eigen keus

Mocht zijn zoon in de voetsporen van zijn vader treden, dan zal Oostwegel snel vertrokken zijn. ‘Ik heb hem ook gevraagd wat mijn rol dan zou zijn, ik wilde hem uit de tent lokken. Ik heb hem gevraagd: moet ik dan president-commissaris worden? Nou, zei hij, als ik verantwoordelijk ben, dan maak ik zelf wel uit wie president-commissaris wordt. (Oostwegel lacht.) Het is natuurlijk leuk als je kinderen het voortzetten.’

Geen eis

‘Hij weet ook dat ik niet van hem eis dat hij mij opvolgt. Als geen van de kinderen in de zaak gaat dan moet je andere oplossingen zoeken. Verkopen is dan een optie. Ik heb al vaak partijen op de stoep gehad die alles willen kopen. Voor heel gekke bedragen. Maar ik doe het niet voor het geld.’


Uit het boek 'Limburgse Toppers, Ondernemers met lef!', door Gerrie Coerts (2008)
 
 


 


 
 
Werken
Economie
Bereikbaarheid
Vacatures
Leren & Studeren
Zuid-Limburg in de euregio

Hierbij willen wij u uitnodigen deel te nemen aan een onderzoek over de regio Zuid-Limburg en de website van zuidlimburg.nl. Het onderzoek vertelt ons hoe u over Zuid-Limburg denkt en wat u van de site vindt. Het invullen van de vragenlijst duurt circa 5 minuten.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Flycatcher Internet Research. Uw antwoorden worden anoniem verwerkt, uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden gebruikt en niet aan derden ter beschikking gesteld.

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking!
Wilt u deelnemen?