Ook op het werkterrein mobiliteit kent het stedelijk netwerk enkele majeure thema’s. Belangrijkste is ook hier de benutting van de internationale ligging. Hoewel in de ontsluiting van het gebied de afgelopen jaren fors is geïnvesteerd, is er nog een aantal zwakke plekken. Het is zaak om slimme oplossingen te bedenken om deze remmende factor op de ontwikkeling van de regio te compenseren. Concrete in het oog springende dossiers die op korte termijn hun beslag krijgen zijn o.a. de verbreding en ondertunneling van de A2 en de aanleg van de buitenring Parkstad.
Uitgaande van de ambities van een internationaal concurrerende economie en een internationale gemeenschap zijn goede verbindingen (per openbaar vervoer) over de landsgrenzen heen, noodzakelijk. Het functioneren van Zuid-Limburg hangt mede af van de verbindingen die er op allerlei terreinen worden gelegd met Brussel, Aken, Luik en Hasselt.
Voor de grote Euregionale centra rondom Zuid-Limburg geldt dat ze wel dichtbij liggen, maar per openbaar vervoer in het geheel niet (Hasselt/Genk) tot zeer beperkt (Aken) tot goed (Brussel) bereikbaar zijn als gevolg van een verschil in kwaliteit trein en verschil in frequentie. Voor de Euregionale burger betekent dit veelal dat grensmobiliteit met openbaar vervoer vooralsnog moeilijk en duur is. Met relatief beperkte investeringen in het grensoverschrijdend openbaar vervoer is groot maatschappelijk voordeel te halen.
Ook op het gebied van onderzoek en lobby wordt intensief samengewerkt, variërend van afstemming tot gezamenlijke uitvoer en beleidsbepaling. Voorbeelden zijn onder andere mobiliteitsmanagement en uitvoer netwerkanalyse.
Meer informatie: rik.lebouille@maastricht.nl
Uitgaande van de ambities van een internationaal concurrerende economie en een internationale gemeenschap zijn goede verbindingen (per openbaar vervoer) over de landsgrenzen heen, noodzakelijk. Het functioneren van Zuid-Limburg hangt mede af van de verbindingen die er op allerlei terreinen worden gelegd met Brussel, Aken, Luik en Hasselt.
Voor de grote Euregionale centra rondom Zuid-Limburg geldt dat ze wel dichtbij liggen, maar per openbaar vervoer in het geheel niet (Hasselt/Genk) tot zeer beperkt (Aken) tot goed (Brussel) bereikbaar zijn als gevolg van een verschil in kwaliteit trein en verschil in frequentie. Voor de Euregionale burger betekent dit veelal dat grensmobiliteit met openbaar vervoer vooralsnog moeilijk en duur is. Met relatief beperkte investeringen in het grensoverschrijdend openbaar vervoer is groot maatschappelijk voordeel te halen.
Ook op het gebied van onderzoek en lobby wordt intensief samengewerkt, variërend van afstemming tot gezamenlijke uitvoer en beleidsbepaling. Voorbeelden zijn onder andere mobiliteitsmanagement en uitvoer netwerkanalyse.
Meer informatie: rik.lebouille@maastricht.nl
Nieuws
|
Sitemap
|
Productie
|
Disclaimer
|
Webmaster
Dit project is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in het kader van OP-Zuid.







