Zuid-Limburg.    Bright site of life.Zuid-Limburg. Bright site of life.
Volg ons op:  | Facts & Figures  |Organisatie & publicaties  |Campagnes  |Limburgers  |Video  |Nieuwsbrief  |English

André Rieu in Zuid-Limburg


'Ik wil niet in de tijd van Strauss leven, ik wil mijn iPhone’



Maastrichtenaar André Rieu is wereldberoemd van Appingedam tot Adelaide. Hij trekt volle zalen en stadions over heel de wereld. Met een groot orkest, prachtige kostuums en af en toe een knipoog, heeft Rieu klassieke muziek geïntroduceerd bij miljoenen. Rieu geeft zijn publiek een warm gevoel, een vleugje romantiek en laat ze lachen. Anno 2008 heeft hij 27 miljoen cd’s en dvd’s verkocht. Rieu’s bedrijf telt 150 werknemers, van Maastricht tot New York. André Rieu Producties is een mini-multinational. Met zeer korte lijnen, die samenkomen bij de violist-dirigent-ondernemer.

Bent u ondernemer of muzikant?

‘Natuurlijk muzikant. Het ondernemen komt er gewoon bij. Maar het kan heel goed samengaan. Mijn grote voorbeeld is Johann Strauss. Die was een zeer begaafd en geniaal muzikant, componist en de eerste popster van de wereld. En ook nog een heel goede zakenman. Hij was heel rijk. Hij had vijf orkesten, ik heb er maar één. Ik zie niet in waarom dat niet samen kan gaan. En waarom je het een meer moet zijn dan het ander.’

Wanneer komt dat voor het eerst samen, muzikant en ondernemer?

‘Tja, wanneer begint dat? Dat leer je ook een beetje, denk ik. Ik ben klein begonnen. Met een salonorkest met vijf mensen. Ik zat ook in het Limburg Symfonie Orkest (LSO). Het was in de jaren tachtig. Er was toen ook een hypotheekcrisis, de rente ging omhoog. Wij zouden misschien ons huis uit moeten. Het salonorkest heeft me toen gered. Daardoor konden we daar blijven wonen. Ik kwam met 800 gulden thuis hoor! Hupsakee!! Dat is toch chic voor een violist.’ (Lacht)

U had ook andere wegen in kunnen slaan. Bijvoorbeeld dirigent, violist of voetbaltrainer kunnen worden.

‘Het zit in mijn karakter dat ik graag wil leiden en samen wil spelen. Vooral dat laatste. Mijn vader was dirigent en ik zag al die solisten. Allemaal van die eenzame mensen die een paar concerten uit hun hoofd hadden geleerd. Niet dat ik dat niet goed vind. Ik heb een groot respect voor die mensen, maar dat leven zou ik nooit willen leiden. Dat wist ik toen al. Ik wist ook al als kleine jongen dat ik met een vrouw zou trouwen die met mij zou werken. Wij doen dit ook helemaal samen. Mijn vrouw Marjorie is dochter van een Joodse hoedenhandelaar die uit Berlijn is gevlucht en hier met een Maastrichts meisje is getrouwd. Iedereen zegt: jouw vrouw doet alleen de zaken, maar dat is helemaal niet waar. Zij heeft ook een heel duidelijke muzische inslag. Het is fijn dat ze haar zakelijke instinct daarbij kan gebruiken.’

Bent u bewust niet in de voetsporen van uw vader getreden en dirigent geworden van een regionaal orkest als het LSO?

‘Dat is toch verschrikkelijk! Zit je met die vakbonden en zo. Lijkt me een ramp. Die mensen worden allemaal ziek. Dat is echt heel erg. Niet alleen in Maastricht, maar bij alle symfonieorkesten. Zo star en strak.’

Te bezadigd?

‘Nee, niet alleen bezadigd. Het is volgens mij een verschrikkelijk zichzelf beklemmende doodlopende weg, waarbij de klassieke muziek zichzelf steeds meer in een hoek duwt omdat ze vinden dat ze iets aparts zijn. Dat was het helemaal niet in de tijd van Mozart, Haydn en Verdi. Toen was die muziek van iedereen. En nu? Ga maar naar een concertgebouw, degene die daar een abonnement hebben, zijn de mensen die een nieuwe jurk moeten laten zien. Zo van: ik ben nu ook partner bij PwC, dus ik moet ook laten zien dat ik van cultuur hou. (Lacht). Zoiets dus.’

Ging uw groei geleidelijk?

‘Jazeker. En ik heb alles moeten leren. We woonden we nog op Belfort (wijk in Maastricht, gc), op een flatje. En ik had twaalf A-viertjes op de muur geplakt. Dat waren de maanden en dan had ik zo mijn optredens opgeschreven. Maar op een gegeven moment werd dat te veel. Dat was net toen Marjorie bij de school weg was gegaan omdat ze niet hield van lesgeven en was gaan vertalen. Toen zei ze: ik wil je wel even gaan helpen. We doen het sindsdien echt helemaal samen. Helemaal in het begin van het salonorkest belde iemand op uit Friesland. Ja, kunt u hier komen spelen? Jawel, zei Marjorie, maar in Friesland is het wel duurder, want dat is heel ver weg. Dat optreden ging dus niet door, je moet alles leren.’

Bent u tegen muren aangelopen?

‘Nee’

U heeft geen spijt van bepaalde beslissingen?

‘Nee, helemaal niet. Het is zo fijn dat ik het helemaal zelf heb kunnen opbouwen met Marjorie samen. Ik heb geen manager, ook nooit gehad. Ik heb ook geen promotor meer. Die hebben we wel gehad, maar die hebben we allemaal overboord gegooid. Wij willen vrij zijn, we willen zelf bepalen wat we willen. Ik heb mezelf ook de tijd gegeven om beroemd te worden. Stom woord overigens, ‘beroemd’, want wat is het, beroemd? Tegenwoordig worden er heel vaak groepen geformeerd door managers, krijg je Idols-achtige toestanden. Die vliegen de lucht in, verkopen miljoenen cd’s en een jaar later zijn ze van de aardbodem verdwenen en hebben ze ook geen cent overgehouden. Ik heb het helemaal zelf gedaan.’

Het is toch een moeilijk vak, entertainment en muziek?

‘Helemaal niet. Ik heb al die tijd gedaan wat ik wilde. Natuurlijk, er gebeurt van alles. Dan kwam er weer eens een manager uit Amerika die zei: ‘I will tell you what you have to do. You have to put on a glitter jacket, play that and that music and blablabla.’ Ik heb meteen gezegd, dank u wel en tot ziens. Niemand vertelt mij wat ik moet spelen en wat ik niet moet spelen, en ik heb succes. Ik weet zeker dat wanneer hier een manager langskomt, dat die de vloer met me aanveegt. Dat moeten managers doen. Om invloed te krijgen. Zo werkt dat. Wat denk je van dat hele advocatengebeuren? Die hakken je fijn. En dan zeggen ze: je hebt mij nodig, want ik maak jou groot, geef me twintig procent van de opbrengst. Zo doen die advocaten dat, dat slaat helemaal nergens op.’

Legt u uw plannen niet voor aan professionele adviseurs?

‘Ik heb intuïtie en heb Marjorie. Dat is mijn klankbord. Ik heb ook mijn zonen. We luisteren naar elkaar, dat is veel gezonder dan al die geldwolven om je heen. Ik heb natuurlijk een goed team om me heen zitten. Bovendien worden we steeds groter. Je moet het ook leren. Ik denk dat ondernemen voor een groot deel wijsheid en intuïtie is, en van je mensen houden. Alle ondernemers hebben met personeel te maken, anders ben je geen ondernemer. Je moet geen baas zijn als je niet om de mensen kunt geven. Dat is echt belangrijk.’

Hoe doet u dat in de loop der jaren met mensen met wie het niet klikt, scheiden dan uw wegen?


‘Die gaan eruit, heel gauw. Als ik bijvoorbeeld een muzikant aanneem, zeg ik na vijf minuten: ga maar mee op tournee, en dan merken we het wel. Vroeger deed ik dat anders, dan praatte ik veel langer met ze. Zou het wel goed gaan? Er is een driejarenregeling, als een muzikant drie jaar bij iemand is, dan moet je hem een vaste baan geven. En binnen drie jaar kan ik wel zien of het met iemand klikt. Maar het gaat vaak veel sneller. En op het bureau precies hetzelfde.’

Hoe organiseert u het bedrijf met 150 personeelsleden? Want u speelt letterlijk én figuurlijk de eerste viool.

‘Ik doe alles tussendoor. Ja echt, ik doe alles tussendoor. Alles tegelijk.’ Rieu toont zijn smartphone. ‘Kijk, hier komen al mijn mails binnen. Ik ben nu bijvoorbeeld heel bekend in Australië. Dat is een heel andere tijdzone. Even kijken of we nog nummer één zijn. (Checkt zijn mails). Nummer één! Weer! Heee! (Staat op van tafel, kijkt naar zijn musici, die na het concert een hapje en een drankje nemen). Dames en heren, we zijn weer nummer één in Australië. (Vuist gaat de lucht in, applaus en gejuich van zijn personeel. Rieu lacht.) Hij gaat zitten en roept: ‘Tjakka!’

Gefeliciteerd!

‘Dat is niet slecht. Zie je, dat komt nu gewoon binnen. Ik kan ook antwoorden. Ik heb de eigenschap dat ik overal en altijd kan werken en slapen wanneer ik wil.’

Kan het zo omdat u zelf die grote lijn hebt bepaald en alles in uw hoofd zit?

‘Ja. Mijn staf krijgt dit ook. (Wijst naar de mailtjes op zijn smartphone.)

U zit in het midden.

‘Ik zit in het midden. En daar hoef je eigenlijk heel weinig voor te doen. Als je helemaal aan het uiteinde zit, heb je heel lange kabels nodig, maar in het midden hoef je alleen maar even te sturen. Meer dan de helft van het orkest is al langer bij me dan vijftien jaar. Daar ben ik ontzettend trots op. En op het kantoor is het denk ik net zo. Ze vinden het leuk. Alleen al dit jaar zijn er zes baby’s in het orkest geboren. Het is een bruisend geheel.’

Bij snelgroeiende bedrijven gaat er nog wel eens iets mis.

‘Ja, daar moet je voor oppassen. Ik ben al een hele tijd 120 concerten per jaar aan het doen. Dan kom je in iets terecht waarvan je denkt, noem het maar sleur, maar dat was het niet. Maar toch, ik heb wel gedacht: er moet iets gebeuren. Ik heb met Marjorie gebeld en gezegd: ik wil minder gaan optreden. Maar we moeten al die mensen voeden, dus dan moeten we grotere dingen gaan doen.’ Rieu begint over iets anders. Plaagt de schrijver van dit boek een beetje, die op minder dan een kilometer van Rieu in Maastricht woont. In plaats van de Maas over te steken is de auteur de oceaan over gevlogen om zijn overbuurman te spreken. Plaats van afspraak is Atlantic City, eind mei na afloop van een van zijn concerten.

Overbuurman

‘Leuk dat je gekomen bent. Want je zei: ik kom overal naar toe. En later zei je: kan het niet toch in Maastricht? (Lacht). Ik heb het echt druk. Hier tijdens onze Amerikaanse tour ben ik volledig gemotiveerd om dit met jou te doen. En geef je ook meer tijd. Maar als ik in Maastricht ben, dan had ik bij Marjorie kunnen zitten. Daarom vind ik het fijn dat ik het gesprek hier kan doen.’ Dan gaat hij verder met waar hij gebleven was. Over minder maar massalere optredens.

Dit wordt iets!

‘We hebben toen het Weense Schloss Schönbrunn nagebouwd. Wie bouwt er nu Schönbrunn na? Maar dan echt. Een-op-een. Ik heb daar twee jaar geleden in de zomer gespeeld (2006). We hebben daar voor de Duitse televisie een programma opgenomen. Ik vond die avond zo mooi! Daar komt die intuïtie van de ondernemer weer. Ik krijg van de ZDF altijd een bedrag voor een special, bedragen noem ik niet, daar moet ik zo’n programma voor maken. Die special heeft me veel meer gekost dan ik gekregen heb. Ik denk dan niet aan het geld, maar ik denk dan: wacht even jongens, ik voelde het: dit moet mooi zijn! Dit wordt iets! Dat is het ook geworden, ook qua kijkcijfers. De ZDF heeft direct gezegd: dit moet je ieder jaar doen in de zomer. Ik heb tegen Pierre (zijn zoon, gc) gezegd, nadat ik dat gesprek met Marjorie had gehad, dat ik groter, maar minder wil. Plus het succes in Australië, dat speelde allemaal samen. En dan ben je ondernemer, je gokt. Dit was een heel grote gok. Vraag maar aan de Rabobank. (Lacht). Die hebben me geholpen.’

De bank wilde niet direct financieren.

Het ging moeizaam. ‘Het ging zeker moeilijk. De bank maakte mij voor gek uit. Ik heb natuurlijk niet alleen blauwe ogen, maar ik heb ook een staat van dienst. Het financieringsvoorstel is naar Utrecht (het hoofdkantoor, gc) gegaan en die hebben gezegd: we doen het.’ Als Rieu iets wil, dan bijt hij zich erin vast. Hij mist die vastberadenheid steeds meer bij anderen. ‘Doorzetten is een eigenschap die je moet hebben als ondernemer. En spanning erin houden. Dat is heel belangrijk in het ondernemen. In het land waar we nu hier zijn, Amerika, hier zijn ze helemaal fout bezig. Dit is te vergelijken met het oude communisme. Niemand denkt meer: zullen we eens de schouders er allemaal onder zetten? Een paar uur geleden is de Phoenix (ruimtevaartuig, gc) geland op Mars, dat is nog een klein, klein sprankje van het oude Kennedy-enthousiasme van toen van ‘we have got the moon’ en alles kan. Nu is het allemaal geld en ik ben ik. Zo’n blllrrrr-gevoel. (Steekt zijn tong uit). Het interesseert de mensen niets meer, ook niet als iets mislukt. Dat is dit land nu, en daarom haat de hele wereld Amerika, omdat ze alleen maar om zichzelf denken. Daar komt dat ondernemerschap weer om de hoek kijken. Je moet durven.’

Had u dat gigantische succes in Australië verwacht?

‘Het klinkt misschien heel stom, maar ik had het verwacht. Ik had het verwacht. Ik weet dat. Dit wat hier vanavond gebeurt, ik weet dat ik dat kan, dat wij dat kunnen.’

Baseert u die voorspelling op marktonderzoek?

‘Nee. Ik weet dat ik dat kan. Dat zit in mijn genen. Ik weet dat ik een zaal kan bespelen op mijn manier, zoals Toon Hermans dat vroeger ook kon. Die had ook geen marktonderzoek gedaan. Dat was Toon Hermans en die wist dat. Die stond op de bühne en de zaal begon al te lachen. Het publiek pieste al in de broek van het lachen nog voor hij iets had gezegd. Toon Hermans had echt geen managers die hem zeiden: dat moet je zo en zo doen.

Wat betekent dat enorme succes? En hoe gaat u er als bedrijf mee verder?

‘Het succes in Australië is een van de redenen waarom ik de bank zover kreeg om mij te helpen met die miljoenen om twee keer Schloss chönbrunn na te bouwen. Want in Australië zijn de afstanden zo groot dat het niet anders gaat. Toen we in Toronto voor het eerst het concert met Schönbrunn gedaan hebben, was de hele boel aan het huilen. Waar maak je dat nou mee! Waar maak je dat nou mee! Ik noem het LSO, maar ik denk dat je alle symfonie-orkesten kunt noemen, daar is het een dooie boel. En ik denk in een heleboel bedrijven. Als ik minister-president was, dan zorgde ik ervoor dat mensen weer plezier in hun werk krijgen.’

Hoe doet u dat?

‘Hoe doe ik dat? Leuke vraag. Er waren twee jaar geleden enorme voetbalrellen in Rotterdam. Kranten stonden er vol van. Tegelijkertijd waren er Kamerdebatten op televisie. En dan staat Balkenende daar, ik weet niet meer waar hij het over had. Het was verschrikkelijk wat daar gebeurd was. De binnenstad hadden ze kort en klein geslagen. Als ik minister-president was, zou ik zeggen: ik ben ook een beetje vader van de natie, dus dames en heren, doe nou allemaal je schriftjes dicht, we gaan het even hebben over de rellen van gisteravond. Barend en Van Dorp, die zeiden die avond: ja die voetbalrellen, daar kunnen wij niets aan doen. Dan denk ik: kunnen we niets aan doen! Wat krijgen we nou! Heb ik gelijk of niet? En dan heb je het niet over demagogie of wat dan ook, je hebt het over reageren op wat er gebeurt. Hij heeft toch het recht, hij is minister-president. Hij kan zeggen: nu even niet vergaderen over het onderwijs of over de files of weet ik wat, stoplichten. Heb je het gehoord? Ik hoorde het van Marjorie. Er is een burgemeester van een klein dorpje die heeft gezegd, uit mijn hart gegrepen: alle stoplichten en alle verkeersborden, alles weg, iedereen moet weer leren zelf uit te kijken. Ik ben het helemaal met hem eens. Het is zo erg. Het gekke is, iedereen denkt dat. Ze maken toch Madurodam van Nederland. En weet je hoeveel miljarden het kost? Stop die in het onderwijs.’

Ik sprak een paar Amerikanen die op weg waren naar het concert en die zeiden: André Rieu brengt het verleden terug.

‘Dat is heel gek, ik zat vanavond hetzelfde te denken. Ik zag al die blije mensen daar, ik zag ze allemaal walsen en dansen. Ze vragen vaak aan mij: wil je in de tijd van Strauss leven? Nee, never, nooit. Ik wil mijn iPhone. Maar ik vind wel dat het toen iets beter klikte, er waren kortere lijnen. Het is tegenwoordig zo vaak zonder interesse. Het kan niemand meer wat schelen eigenlijk. Dat is funest. Een klein voorbeeldje. Mijn orkestleden komen kruipend de bühne op ook al zijn ze ziek.’

Wie zijn uw voorbeelden?

‘Toon Hermans, Joop van den Ende (‘een bevlogen man’) en Herman Krebbers als violist.’

U heeft geen professionele sparringpartners?

‘Nee, ik doe het alleen met de familie.’

Is dat niet heftig? U heeft een miljoenenbedrijf?

‘Ik heb een stabiele basis. Ik heb het ook met die Amerikanen te doen. Ik vind dat zielige mensen. Die hebben geen roots. Moet je eens kijken als je in het vliegtuig zit en over dit land vliegt. Zo’n land als bij ons is gegroeid. Allemaal kleine dorpjes, allemaal rond. En kijk eens hier. Het is allemaal gevoelloos in elkaar geflanst. En Amerikanen verhuizen vijftig keer in hun leven. Hier is de sleutel! De ijskast is vol en dan gaan ze drie maanden later weer ergens anders naar toe. Ik heb tot nu tot altijd gehuild als we uit een huis weggingen. We kenden iedere steen. Dat is de basis. De familie. En niet een conglomeraat. Ik ben drie keer verhuisd.’

Zit u elkaar dan niet te veel op de lip?

‘Marjorie en ik – lach niet! – maar het is echt waar, we hoeven eigenlijk niet met elkaar te praten. We denken letterlijk hetzelfde. En dan kun je zeggen: wat saai, maar je kunt ook zeggen: tel je zegeningen. En met de jongens is het precies hetzelfde.’

Hoe gaat het verder? U zegt in interviews: ik word 120 jaar.

‘Dat klopt.’

Geen plannen voor een beursgang?

‘O nee, een beursgang heb ik helemaal gehad. Dan komt er een of ander piefje met zo’n boordje, zo’n analistenjongetje, en die mij komt vertellen wat ik moet doen.’ (Lacht.)

Maar u bent wel zakelijk. Is dat vanwege het succes? Of vanwege het geld?

‘Ik ging op een gegeven moment naar Heemskerk (hoogste baas van Rabobank, gc). Die was toen nog bij Van Lanschot. Ik zei: ik heb wat geld nodig om te investeren, geef mij een paar miljoen en die krijg je meteen na de tour terug. Toen zei hij: jij bent een leuke. Jij denkt zoals de VOC-mensen van vroeger dachten. Want toen was dat zo, die zeiden: geef me wat geld om een schip te bouwen, dan ga ik peper halen en dan krijg jij je geld terug plus 10%. Dat doen we allang niet meer! Maar dankzij die VOC-mentaliteit is Nederland groot geworden. Dat is durven. Misschien wil de Rabobank het niet horen, maar wat zij gedaan hebben is ook een beetje in de geest van de VOC. Heemskerk is er nu directeur. (Lacht.)

Heeft u er nog om moeten zeuren?

‘Nee. Ik maak het ook waar. Ik werk er hard voor. Volgend jaar staat alweer helemaal vol. Schloss Schönbrunn moet nog beginnen. Daar ga ik nog tien jaar mee de wereld rond.’


Uit het boek 'Limburgse Toppers, Ondernemers met lef!', door Gerrie Coerts (2008)
 
 

 

 
 
Nieuws  |  Sitemap  |  Productie  |  Disclaimer  |  Webmaster

Dit project is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in het kader van OP-Zuid.

Economie
Limburg Economic Development
Brainport 2020
Limburg campussen
Chemistry & Materials
Life Sciences & Health
Logistics
Smart services
Leisure
Systems & Care
New Energy
Congressen & netwerken

Hierbij willen wij u uitnodigen deel te nemen aan een onderzoek over de regio Zuid-Limburg en de website van zuidlimburg.nl. Het onderzoek vertelt ons hoe u over Zuid-Limburg denkt en wat u van de site vindt. Het invullen van de vragenlijst duurt circa 5 minuten.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Flycatcher Internet Research. Uw antwoorden worden anoniem verwerkt, uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden gebruikt en niet aan derden ter beschikking gesteld.

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking!
Wilt u deelnemen?